Onlangs kreeg ik een mooie opdracht: het maken van zes espressomokjes van zwarte klei, met voldoende volume voor een dubbel shot espresso. Een klein serviesstuk, maar met een interessante uitdaging. Het was namelijk de eerste keer dat ik met zwarte klei werkte.
Tot dan toe had ik vooral gewerkt met een wit bakkende kleisoort. Zwarte klei verandert de uitstraling van een glazuur volledig, omdat de donkere ondergrond invloed heeft op de kleur, diepte en glans van het eindresultaat. Daarom was dit ook meteen een spannend experiment: hoe zou het glazuur reageren op deze nieuwe ondergrond?
Voor deze mokjes koos ik een glazuur dat op witte klei een diepe, donkere matte bruintint geeft. Een warme, aardse kleur met een rustige uitstraling. Maar op zwarte klei gebeurde er iets anders. De donkere basis bracht juist een meer grafietgrijze metallic uitstraling naar voren, met in het juiste licht een subtiele warme bruine gloed.
Het resultaat was precies het soort verrassing waar ik van houd in keramiek. Het glazuur laat zich niet volledig voorspellen; de combinatie van klei, glazuur, laagdikte en stookproces bepaalt uiteindelijk het karakter van ieder stuk. Kleine verschillen zorgen ervoor dat geen enkel mokje exact hetzelfde wordt.
Deze zes espressomokjes werden daarmee niet alleen een opdracht, maar ook een ontdekking. Een eerste kennismaking met zwarte klei en een nieuwe glazuurcombinatie die zeker naar meer smaakt. De serie kreeg uiteindelijk de naam Flint — geïnspireerd door vuursteen, met zijn donkere tinten en sterke, natuurlijke uitstraling.